7 bont mythes

1 “Bont is een natuurlijk product, net als leer.”

Dat klopt, het zijn beide dierlijke producten die in de originele staat biologisch afbreekbaar zijn. Omdat de dragers van bont en leer niet zo gediend zijn van microben, maden en de geurtjes die vrijkomen bij dit ontbindingsproces –denk maar aan karbonade van een week oud op je schouders - is het bont een aantal keer met een chemisch goedje behandeld om het goed te houden. Als je een bontjas zou begraven, zou je het bij wijze van spreken twintig jaar later weer op kunnen graven, uitkloppen en kunnen dragen. Niet zo natuurlijk dus. Een internationale dierenbeschermingsorganisatie heeft onlangs een rapport uitgebracht over gifstoffen in bont: 15 bontproducten werden getest op giftige stoffen en in vrijwel alle gevallen werden deze in gevaarlijke hoeveelheden ontdekt. Zelfs een kinderjas bleek gevaarlijk voor de gezondheid! Daarnaast is de hoeveelheid energie die nodig is om een bontmantel te produceren van op pelsboerderijen geteelde dieren 60 keer zo groot als de energie die nodig is om een kunstbontjas te produceren. Naast onnatuurlijk, is een bontjas zodoende ook niet goed voor het milieu.

2 “Als ik die bontjas of bontkraag niet koop, is dat dier voor niets doodgegaan.”

Dit klopt niet, het dier is doodgemaakt speciaal voor het bont dat jij koopt. Vraag creëert immers aanbod: als mensen blijven vragen naar een product, dan blijft de producent produceren. Wat in dit geval betekent dat pelsdieren op massale schaal een enorme lijdensweg ondergaan.

3 “Mijn bontje is gemaakt van nertsen/ratten en niet van een lief konijntje. Daar heb ik minder moeite mee.”

Dit eerste is niet helemaal zeker. Op het label van jassen met bont wordt zelden vermeld welk dier er voor is gestorven – en of er überhaupt een dier voor is gestorven. Veel bontjes komen uit China, waar het doden van honden en katten voor bont big business is. Zo worden er ironisch genoeg bijvoorbeeld ook veel kattenspeeltjes vanuit dit land geïmporteerd, gemaakt van kattenbont. Kun je je voorstellen dat je kat speelt met een stukje huid en haar van een andere kat? Of kun je je voorstellen dat je je eigen hond of kat om je nek hebt hangen? Bovendien ervaart een nerts net zo goed pijn en stress als een konijn, dus of je het dier nou knuffelbaar vindt of niet: hij of zij heeft zeker geleden.

4 “Het dier is nu dood dus merkt er niets van dat ik het nu draag.”

Als jij een bontje koopt, staat het volgende pelsdier in de rij om gevild te worden. Vraag creëert namelijk aanbod. Voor het aanbod van echt bont moeten pelsdieren een vreselijke lijdensweg doorstaan. De dieren worden massaal in koude, tochtige loodsen gehouden waar ze in kleine draadgazen hokken worden gehuisvest. Ze kunnen hierin nauwelijks bewegen en staan de hele dag op draadgaas. Uit frustratie knagen ze aan hun poten en staarten of aan die van hun hokgenootjes. De wonden helen nauwelijks door de giftige stoffen in hun urine en uitwerpselen onder hun kooien. Een pelsdier mag blij zijn als het in dat hokje sterft, want wat er nog komen gaat is een verschrikkelijk einde. Wanneer de vacht op zijn mooist is, wordt het bont “geoogst”. In meer ontwikkelde productiefaciliteiten worden de dieren eerst gedood door bijvoorbeeld vergassing of anale elektrocutie (metalen buis die onder stroom staat wordt in de anus aangebracht). Deze dodingmethoden moeten ervoor zorgen dat het dier zonder een spatje bloed dood gaat, hoewel dit niet altijd slaagt. Bovendien wordt er vaak te weinig stroom gebruikt, waardoor het dier verlamd raakt, maar nog wel bij bewustzijn is. Vervolgens wordt het dier van onder naar boven gestript, terwijl het alles kan voelen. Het enige wat hij of zij dan nog aan haar op het lichaam heeft zijn de wimpers die hopelijk zo snel mogelijk neergaan om te ontsnappen aan deze vreselijke (machteloze) strijd.

5 “Mijn bontje is diervriendelijk.”

Heeft Arie Boomsma je dat soms wijsgemaakt?! Pelsdieren komen nooit op een prettige manier aan hun einde: ze worden in het gunstigste geval vergast of anaal geëlektrocuteerd, maar meestal (half) doodgeslagen en levend gevild. In China komen de dieren na het villen vaak nog bij bewustzijn, waardoor ze creperen van de pijn voordat ze sterven. Wilde pelsdieren hebben weliswaar niet hun leven in een kale vieze kooi hoeven slijten, maar ze hebben flink moeten lijden voor ze in een bontkraag worden veranderd. Ze worden namelijk gevangen met wildklemmen, die met grote kracht om hun poten dichtslaan. Een dier kan soms dagen in zo´n klem vastzitten totdat de jager hem komt halen. In sommige gevallen knagen de dieren hun eigen poten af om maar los te kunnen komen, en ontvluchten ze zwaar verminkt. Het enige diervriendelijk bont zit aan een dier dat nog leeft.

6 “Het dier is toch al doodgemaakt (bv. voor vlees), dus we kunnen net zo goed zijn vacht ook gebruiken.”

Vaak wordt het argument gegeven dat het vlees wordt gebruikt om op te eten, maar hoe vaak heb jij het vlees van nertsen, vossen of wasbeerhonden (de dieren die het meest voor bont worden gebruikt) gegeten in je leven? Daarnaast is voor een konijnenbontje bijvoorbeeld een ouder konijn van een speciaal ras nodig, met een goed ontwikkelde vacht. Voor konijnenvlees is juist weer een mals jong konijn nodig, met vaak een minder ontwikkelde vacht. Bont komt zodoende van dieren die speciaal voor hun vacht gefokt worden, hun gevilde lichamen zijn afval. De dodingmethoden voor vlees en bont zijn ook zeer verschillend. Voor het maken van een bontje wordt een dier bijvoorbeeld anaal geëlektrocuteerd, om vervolgens (levend) gevild te worden. Wasbeerhonden worden regelmatig doodgeslagen of –geschopt. Deze methoden worden toegepast om bloedvlekken of messteken te voorkomen. Bij de slacht van een dier voor het vlees maakt het niet uit dat er bloed vloeit. Hoewel het een zeker niet beter is dan het ander, illustreert dit hoe de productie van bont en vlees twee aparte bedrijfstakken vormen waarbij geen sprake is van het benutten van reststromen. In het verleden hebben bontfokkers wel eens geprobeerd recepten te ontwikkelen, zodat ook geld verdiend kon worden aan het vlees van hun dieren. Maar wat bleek? Nertsenvlees is niet te vreten!

7 “Mijn kraagje in van nepbont (denk ik).”

Weet je dat zeker? De meeste kledinglabels vermelden niet of het om echt of nepbont gaat. Fabrikanten zijn tegenwoordig in staat om namaakbont te maken dat zó sterk op echt bont lijkt, dat het zelfs voor kenners soms moeilijk is om direct het onderscheid te maken. Op de prijs kun je ook al niet afgaan, want bont hoeft niet duur te zijn. Nota bene: bont uit China kan zelfs goedkoper zijn dan nepbont. Met deze bonttest (link in nieuwe tab naar bonttest op onze site) kun je er wel achter komen of bont echt is of niet. Maar omdat echt bont tegenwoordig sterk is bewerkt en soms zelfs geverfd, kan het er vaak opvallend nep uitzien. En zelfs al ben jij er echt he-le-maal zeker van dat voor jouw bontkraagje alleen een pluche konijn is gesneuveld, dan nog moet je eens goed overwegen of je er wel de straat mee op zou gaan. Je doet dan namelijk mee aan een nogal lugubere modetrend. Mensen zullen jou en tientallen andere mensen zien rondlopen in wat lijkt op een dood dier, en mogelijk in de verleiding komen om je voorbeeld te volgen.